Frank Plijter

Frank Plijter, omdraaier

"Tanden poetsen is óók zorg"

– Frank Plijter, Omring

Frank Plijter is coördinerend verpleegkundige bij Omring en betrokken bij een proeftuin voor informele zorg. Zijn pleidooi is: hou het klein. En positief. Blijf herhalen hoe belangrijk het is om anders te gaan denken. Elke handeling – al is die nog zo klein – die door een naaste of mantelzorger wordt overgenomen, is winst. 

Frank Plijter werkt als coördinerend verpleegkundige bij Omring. Zijn visie is duidelijk: “Informele zorg is geen project, het is een maatschappelijk onderwerp. Als je het een project noemt, dan krijg je automatisch mensen die de hakken in het zand zetten.” Daarom is het volgens hem ook cruciaal dat informele zorg verankerd raakt in de huidige zorgcultuur. Liefst al bij binnenkomst. “We zijn hier gestart met informele zorg bij nieuwe cliënten. De zorgconsulent plant al een zaadje bij het eerste gesprek. Daarna volgt een opnamegesprek – daar komt het onderwerp kort aan bod  – en twee weken later volgt een uitgebreider gesprek. Tijdens dat gesprek gaan we dieper op in wat familieleden of mantelzorgers zélf zouden willen en kunnen doen.”

Zoektocht naar samenwerking

Frank begon in 2016 bij Omring, als verzorgende IG. Later is hij bij Omring doorgegroeid naar verpleegkundige. Stilstaan was voor hem geen optie. “Ik wil altijd graag meer en beter. We hebben behoefte aan ambitie.” Op dit moment werkt hij al twee jaar als coördinerend verpleegkundige op afdeling De Gouw in verpleeghuis Nicolaas, met een focus op procesverbetering. “Dit past heel goed bij mij. Coördineren is een continu proces waarbij je altijd met een helikopterview om je heen kijkt. Wat gaat goed, wat kan beter? Vorig najaar werden wij een proeftuin voor informele zorg bij Omring. De teamleider vroeg of ik mee wilde doen en samen ideeën opdoen. In mijn rol als coördinator zorg ik er vervolgens voor dat belangrijke dingen weer teruggekoppeld worden naar het team .”

Eén scheerbeurt door een familielid is al goud waard

“We hebben geen keuze”, aldus Frank. “Het is niet meer een kwestie van willen, we moeten het nu ook echt gaan doen.” Informele zorg is wat dat betreft niet iets nieuws. Toch is het ook lastig. “We zien informele zorg vaak als iets heel groots; en dan slaat een initiatief dood voor het echt van de grond komt. De vraag moet zijn: wat kan wél? Laten we één stap tegelijk doen. Het hoeft allemaal niet groots en meeslepend. Het mag ook klein zijn. Het hoeft niet perfect. Maar het moet wel gebeuren. Tanden poetsen, nagels knippen. Als een naaste of mantelzorger één keer per week een scheerbeurt op zich neemt, is dat al goud waard.”

Benader het positief

Volgens Frank ligt de sleutel bij het netwerk. “De vraag moet niet zijn: wat kunnen wij doen, maar wat kunnen zij doen? En waar kunnen wij aanvullen? Het begint ermee dat we ervoor zorgen dat de familie zich welkom voelt. Weerstand is er namelijk altijd. Zeker als we het te groot maken. De kunst is dus om te blijven praten, dingen concreet te maken. En vooral het positieve te benoemen. Laatst was de familie van een cliënt op bezoek. De dochter zette in de huiskamer koffie. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de cliënt. Dan zeg ik: kijk, dit is dus ook informele zorg!” We moeten het netwerk ook het gevoel meegeven dat wat ze doen heel fijn is voor de cliënt. Ze hoeven hem of haar echt niet los te laten; ze mogen er gewoon zijn voor hem of haar.”

Men is bang om los te laten 

De proeftuin bij Omring is nog maar net begonnen. “We staan nog aan het begin. Het moet nog groeien. We werken bijvoorbeeld met een ecogram – een soort web van informele contacten en mogelijkheden. Dat leeft nog onvoldoende, maar het is wel een goed instrument.” Volgens Frank is een van de grootste drempels angst. “Collega’s zijn bang om los te laten. Je hoort heel vaak: het kost te veel tijd. Daar ben ik het totaal niet mee eens. Tijd is relatief. Kijk naar wat het oplevert! Als mantelzorgers alleen maar aanwezig zijn in de gezamenlijke ruimte, heeft dat al effect. Cliënten worden dan vanzelf rustiger. En dat maakt ons werk weer makkelijker. Als je ziet hoe een cliënt opbloeit als een mantelzorger samen met hem iets doet: dat is goud waard. Die momenten moeten we blijven stimuleren. Natuurlijk is het een investering. Maar die betaalt zich uiteindelijk terug. In vertrouwen en ook in tijd. Een ander doet iets waardoor jij ruimte krijgt voor iets anders. Wat werkt als mensen toch negatief blijven? Dan laat ik een succesverhaal zien. Bijvoorbeeld van iemand die elke dag z’n vrouw helpt met eten. Of even een rondje loopt met een geliefde. Dat raakt mensen. Met elk voorbeeld plant je als het ware een zaadje.”

Niet alles willen overnemen

Natuurlijk zijn er ook gevaren. De vergrijzing komt eraan. De aanwas aan nieuw personeel is klein – dat betekent dus dat de benodigde mankracht enorm in de knel komt. “Informele zorg kan dat niet allemaal opvangen, maar het helpt wel. Belangrijk is dat informele zorg nooit ten koste mag gaan van kwaliteit. Minder mensen mag nooit betekenen minder zorg! Wat ik schrijnend vind aan het hele verhaal is hoe we het gaandeweg normaal zijn gaan vinden dat we alles overnemen. Neem een echtpaar dat al 50 jaar getrouwd is. De man van het stel gaat achteruit en komt uiteindelijk bij ons terecht. Wie zijn wij dan om te bepalen: vanaf nu doen wij alles en zijn vrouw mag niets? Juist in zo’n situatie is het de kracht om samen in gesprek te gaan om te kijken welke zorg zij haar man kan en wil bieden en waar wij eventueel kunnen ondersteunen.” 

Leren van elkaar

Bij Omring voelt Frank zich enorm gesteund. “Ik krijg echt alles wat ik nodig heb om aan de slag te gaan. En als ik iets wil uitproberen, dan kán dat ook. Omring ademt verandering. Onze managers staan echt achter deze hele beweging.” Wat ook helpt is de uitwisseling met anderen. Wat dat betreft voorziet iZi echt in een behoefte. “We delen successen met andere proeftuinen. Mooie voorbeelden inspireren enorm. De Draaidagen waren ook super waardevol. Je zit daar met allemaal gelijkgestemden. Dat zorgt echt voor verbinding. Eigenlijk zou het heel mooi zijn als we dat vaker konden doen. Misschien moet er wel een soort van intranet komen waar je voorbeelden met elkaar kunt delen of om hulp kunt vragen.”