Interview met Daniëlle Davidts, projectleider bij De Zorggroep, over waar volgens haar nog winst te behalen valt als we het hebben over goede zorg.
Volgens Daniëlle Davidts zit de kracht van goede zorg in de gewone – maar oh zo moeilijke – dingen: elkaar écht zien, verantwoordelijkheid delen en het lef hebben om oude zekerheden los te laten.
Van zelf doen naar samen
Daniëlle heeft een lange staat van dienst bij De Zorggroep. 33 jaar loopt ze al mee, waarvan de eerste 15 jaar bij mensen met dementie. “Als zorgorganisatie deden we vroeger bijna alles alleen. Wij organiseerden en de mensen kwamen naar ons toe. Dat werkt niet meer. Zorg is geen eiland. Het moet veel meer samen. Niet alleen met de cliënt, maar ook met andere organisaties. Met de buurt. Met de buurvrouw die even de krant brengt.” Dat klinkt logisch, maar het vraagt wel een mentale ommezwaai. Daniëlle heeft het ook in haar eigen familie meegemaakt: “Die buurvrouw, die even binnen liep – dat was voor mijn vader misschien wel het belangrijkste contactmoment op een dag. Terwijl wij als zorgprofessionals denken dat wij het verschil maken.”
De ommekeer achter de voordeur
Daniëlle weet hoe ingrijpend verandering is. Ze zag het van dichtbij, toen haar organisatie achttien jaar geleden een compleet nieuwe zorgvorm introduceerde: geen verzorgingshuis, maar zorgappartementen midden in een wijk. Werken in een vitale gemeenschap: “Ineens hadden mensen hun eigen voordeur, en moesten wij bij ze aanbellen. Voor de medewerkers was dat echt even schakelen. Je komt op bezoek bij je cliënt in plaats van andersom. Je komt dus echt bij iemand thuis.” Het lijkt alleen een praktisch probleem, maar raakt aan iets groters. Daniëlle: “De vragen die we ons toen moesten stellen waren: hoe voer je een gesprek op gelijk niveau? Hoe betrek je de wijk? Hoe zorg je ervoor dat je het echt samen doet? Het was pionieren. De ambitie was mooi, maar het individualisme bleek sterker dan gedacht.”
Anders kijken en anders werken
Tegenwoordig werkt Daniëlle als projectleider Ondersteuning Thuis en coördinator vrijwilligerswerk. Ze zit deels achter een bureau, maar is vooral op pad: gesprekken voeren, ervaringsbezoeken plannen, teams bevragen, samenwerkingspartners opzoeken. “We waren als organisatie soms best een beetje arrogant – we dachten oprecht dat we het goed deden en precies wisten hoe het moest (met alle goede bedoelingen). Maar ik ben anders gaan kijken, ik kijk echt naar wat nodig is. Laten we vooral aanhaken bij wat er is. En laat iemand van buitenaf eens kritisch kijken. Zou je hier willen wonen? Of moeten er dingen worden aangepast? Heeft iemand echt hulp nodig – of is er gewoon niemand die even vraagt hoe het gaat? Kijk naar de mens in zijn totaal.”
Maak geen project van buurtcontact
Daniëlle pleit voor een veel bredere blik. “We roepen allemaal dat de mantelzorger overbelast is. Maar op welk vlak precies? En wat ervaart iemand als zwaar? Mijn ervaring uit de tijd dat mijn ouders ondersteuning en hulp nodig hadden, hebben mij geleerd: het is niet zo zwart-wit. Soms zit de echte verlichting in iets heel kleins. Iedereen doet wat hij kan, vanuit gelijkwaardigheid. We moeten gaan inzien dat de zorgmedewerker niet belangrijker is dan de buurvrouw. Waarom doen we daar zo moeilijk over? Het zou normaal moeten zijn dat je even aanbelt bij je buurvrouw en vraagt: ‘Heeft u iets nodig?’ Dat hoeft geen project te zijn. Dat is gewoon samenleven.” Die vanzelfsprekendheid zijn we volgens Daniëlle een beetje kwijtgeraakt. “We moeten mensen weer leren dat je mág vragen: ‘Gaat het wel?’ Dat je je ergens mee mag bemoeien. Dat begint al op de basisschool. We zouden eigenlijk een vak ‘samenleven’ moeten hebben. Want uiteindelijk is de zorg volgens Daniëlle geen gebouw of systeem. Het is een netwerk. Een gemeenschap. “Als het buiten koud is, vraag je: ‘kan ik een boodschap voor u doen?’ Als het warm is, bel je aan met de vraag: ‘hoeft u niet naar buiten? Het moet weer normaal worden dat we naar elkaar omkijken, dat je wat voor elkaar doet. En dat kan heel klein zijn.”
Vaker kleine inspiratiemomenten
Drie jaar geleden werd Daniëlle via de directeur duurzame zorg gewezen op iZi. “Ik dacht meteen: dit wil ik. De eerste draaidag was zo bijzonder. Mensen uit allerlei hoeken, maar met dezelfde missie: het moet anders. Gelijkwaardiger. Dat gaf zoveel energie.” Sindsdien is Daniëlle omdraaier. Vijf bijeenkomsten, tientallen inspiraties. “Je leert zo veel. Van voorbeelden, maar vooral van elkaar. Zo belde ik Anne van Cordaan gewoon op om te vragen hoe ze een bepaald vraagstuk hadden aangepakt. En zij vertelde voluit over hun ervaringen. Het feit dat iZi zo laagdrempelig is, maakt echt het verschil.” Toch merkt Daniëlle ook hoe snel inspiratie weer wegsijpelt. “Je gaat na zo’n bijeenkomst naar huis en je denkt: morgen doe ik het anders. En dat doe je ook. Maar overmorgen? Dan ebt het alweer een beetje weg. We zijn in onze organisatie met twee omdraaiers. Dat is weinig. Dan moet je elkaar echt vaak opzoeken. De olievlek mag groter. Daarom zou ik het fijn vinden om vaker bij elkaar te komen. En dat hoeft niet groots; een paar kleine inspiratiemomenten zijn al voldoende. Geen spektakel, wel een ritueel. Zodat je weet: dit is belangrijk. Een soort reminder. Dit is waar we naartoe willen!”


