Terug naar overzicht

Alsjeblieft, ons grote MIRA-Veranderkracht-bordspel!

Het is prachtig om de kinderen van een cliënt gewoon te willen laten aanschuiven bij een teamoverleg over hun vader, maar je hebt er niets aan als je naaste collega’s zich daardoor geremd voelen, onveilig voelen of … met de hakken in het zand gaan.

Het is prachtig om de buurt uit te nodigen jullie tehuis te gaan gebruiken als het kloppend hart van hun buurt, maar je hebt er niets aan als de mensen van vastgoed vinden dat de buurt daar de volle pond voor moet betalen.

Het is prachtig om een visie te hebben op informele zorg (innovatie), maar als je het niet kunt overdragen aan collega’s, managers, alle mensen die erin mee moeten doen, dan heb je er helemaal niets aan.

Met alleen een sterke innovatie-strategie is je veranderkracht beperkt

Om informele zorg goed georganiseerd te krijgen heb je strategie nodig, je hebt een organisatie nodig die ermee aan de slag wil en kan, je hebt leiderschap nodig om strategie en organisatie bij elkaar te krijgen en je hebt een leerklimaat nodig om fouten te kunnen maken en dáárvan te willen en kunnen leren. 

Strategie needs organisatie, needs leiderschap, needs leerklimaat, needs strategie, enzovoort. Je moet op deze vier onderwerpen goed scoren voor een gezond innovatieklimaat, voor een veranderkrachtige organisatie. Want een voetbalveld zonder doelpalen, spelers, een bal is een grasveld. Een boom zonder wortels, stam en bladeren, is een berg dode takken.

Een organisatie die veranderkracht heeft op alle vier assen, versus een organisatie die vooral de strategie goed op orde heeft (wat op zich natuurlijk een prachtig uitgangspunt is om de andere drie assen aan te laten haken).

Van MIRA-model naar bordspel

Op basis van uitgebreid literatuuronderzoek en veldwerk ontwikkelde de Academische Werkplaats Ouderenzorg MIRA, een model om deze vier ‘assen van veranderkracht’ te kunnen peilen. Coen en Ritzo vertaalden MIRA, voor de Draaidag, naar een eerste versie van een levensgroot bordspel. Het spel liet haarfijn zien hoe de zeven moederorganisaties van iZi erbij staan, op het vlak van veranderkracht rondom informele zorg en bleek daarmee een krachtig instrument om met collega’s in gesprek te gaan waarom jullie zo lekker draaien en over waar werk aan de winkel is.

Spel zelf spelen

Het spel is – inderdaad – erg eenvoudig te spelen binnen je eigen organisatie. Maak een kruis op de koffietafel, in de hal bij de receptie of in het zand op een heidag en je kunt los. Bij deze nodigen we je uit om dat te doen en delen we de spelregels en – op veler verzoek – een eerste speelset aan stellingen om mee aan de slag te kunnen. Heb je hulp nodig? Heb je suggesties, aanvullingen, vragen? Mail Coen even.

De spelregels

  1. Kies of je het over de organisatie als geheel wilt hebben, of over een onderdeel. 
  2. Maak een kruis met 4 assen, met op elke as een schaalverdeling (10, 15 punten).
  3. Je speelt in teams van 2, 3 of 4 personen met bij voorkeur een verschillende rol in de organisatie.
  4. Elk team speelt met 4 pionnen (markers, dennenappels of frisdrankflessen) – elke as een pion.
  5. Aan het begin van het spel staan alle pionnen in het centrum van het kruis bij elkaar (positie 0, 0, 0, 0).
  6. Je krijgt (bijvoorbeeld) in willekeurige volgorde acht stellingen te horen (twee per as). Elke stelling is in mindere of meerdere mate van toepassing voor jouw organisatie.
  7. Per stelling overleg je met je team hoe goed jullie organisatie(deel) volgens jullie scoort (0 is niet, 5 is ‘helemaal van toepassing!’). Overleg en discussieer vooral en laat je ‘score’ op een bordje zien.
  8. Verplaats je pion het aantal stappen, dat je op je bordje hebt laten zien, op de bijbehorende as.
  9. Bespreek de bewegingen van alle teams met elkaar. Leg uit, bevraag, verwonder.
  10. Ga naar de volgende stelling.
  11. Zodra je voldoende stellingen op elke as (2?) hebt behandeld, stop je het spel en verbind je de eindposities van de pionnen met gekleurde lijnen of bolletjes wol, zodat er een veranderkracht-figuur ontstaat. 
  12. Bekijk de figuren en vertel elkaar het bijbehorend ‘verhaal’. Hoe scoren jullie, waarom, waar is werk aan de winkel? Waarom? Hoe / wat ga je morgen, volgende week doen?

Goed om te noemen: het gaat in dit spel om het gesprek, niet om het winnen 🙂

iZi toch? Veel plezier! We zien de foto’s graag tegemoet… 😀

Stellingen, waar je uit kunt kiezen / inspiratie uit kunt halen.

Strategie

  1. “Bij ons is samenwerken met mantelzorgers, vrijwilligers en buurtbewoners geen hobby van een paar enthousiastelingen, maar gewoon hoe we de zorg willen doen.”
  2. “Als er een nieuw beleidsplan wordt geschreven, staat samenwerken met informele zorg ergens bovenaan — niet verstopt op pagina 78.”
  3. “In onze organisatie snappen we: zonder mantelzorgers en vrijwilligers stort de boel gewoon in. Dus dat staat keihard in onze visie.”
  4. “Samenwerken met mantelzorgers is bij ons zo logisch als handen wassen voor je de wond verzorgt.”
  5. “Als we onze zorg duurzaam goed en betaalbaar willen houden, dan móeten we wel onze vrijwilligers en mantelzorgers een plek geven.”
  6. “Onze organisatie heeft een heldere visie op hoe formele en informele zorg elkaar kunnen versterken.”
  7. “Samenwerking met mantelzorgers, vrijwilligers en buurtgenoten is bij ons een vast onderdeel van strategische plannen, en niet alleen van losse projecten.”
  8. “Onze organisatie monitort actief hoe goed de samenwerking met informele zorg loopt en stuurt hierop bij.”
  9. “In onze organisatie is samenwerken met informele zorg geen tijdelijk project of hype, maar een vast onderdeel van onze langetermijnvisie.”
  10. “Bij belangrijke besluiten over de zorgverlening wordt standaard nagedacht over de rol van mantelzorgers, vrijwilligers of buurtgenoten.”
  11. “Als wij in onze organisatie praten over mantelzorgers, vrijwilligers of buurtbewoners, gaat het niet over ‘inzet’ of ‘extra handjes’, maar over samenwerken op basis van gelijkwaardigheid.”

Organisatie

  1. “Als het gaat om samenwerken met mantelzorgers of vrijwilligers weet iedereen precies: dáár moet je zijn, en die persoon regelt het.”  (Geen “oh, daar gaan wij niet over”-gedoe.)
  2. “We hebben gewoon een handige toolkit of plek op intranet waar je alles vindt over samenwerken met informele zorg — van handige gesprekskaarten tot praktijkvoorbeelden.”
  3. “Bij ons lopen vrijwilligers en professionals elkaar niet in de weg — sterker nog: ze weten elkaar blind te vinden.”
  4. “Mantelzorgers hebben bij ons gewoon een stoel aan tafel (en niet in de wachtkamer).”
  5. “Er is bij ons voldoende tijd, ruimte en ondersteuning om samen te werken met mantelzorgers, vrijwilligers en buurtinitiatieven.”
  6. “Onze systemen (denk aan zorgplannen, overleggen) zijn ingericht op samenwerking met informele zorg.”
  7. “In onze organisatie is duidelijk wie welke rol heeft als het gaat om samenwerken met mantelzorgers, vrijwilligers of buurtgenoten — het is geen zoekplaatje.”
  8. “Als het gaat om samenwerken met mantelzorgers of vrijwilligers weet iedereen precies: dáár moet je zijn, en die persoon regelt het of op zijn minst: die weet van de hoed en de rand.”

Leiderschap

  1. “Onze leidinggevenden snappen dat samenwerken met informele zorg belangrijk is — ze laten dat zien in woord én daad. Geen mooie praatjes, maar gewoon: hup, samen die schouders eronder.”
  2. “Heb je als team een tof idee om beter samen te werken met mantelzorgers of vrijwilligers? Dan krijg je van je leidinggevende geen zucht en een Excel, maar een enthousiast ‘ga ervoor!’.”
  3. “Onze bestuurder noemt samenwerking met de buurt in elke speech — en weet de voornaam van de voorzitter van het wijkcomité.”
  4. “Als een vrijwilliger tegen een muur aanloopt, is onze manager de eerste die zegt: ‘Kom, we lossen het samen op’.”
  5. “Onze leidinggevenden spreken zich uit over het belang van samenwerken met informele zorg en laten dit in hun gedrag zien.”
  6.  “Leidinggevenden moedigen medewerkers aan om zelf initiatieven te nemen in de samenwerking met mantelzorgers, vrijwilligers of buurtinitiatieven.”
  7. “Als er spanning of onduidelijkheid is in de samenwerking met informele zorg, pakken leidinggevenden dat op.”
  8. “Leidinggevenden zorgen dat successen én leerpunten rondom samenwerking met informele zorg breed gedeeld worden in de organisatie.”

Leerklimaat

  1. “Bij ons praten we regelmatig over hoe het samenwerken met informele zorg gaat — en dat is geen klaagmuur, maar een kans om slimmer te worden samen.”
  2. “Nieuwe ideeën uitproberen met mantelzorgers of vrijwilligers? Tuurlijk! En als het mislukt, dan zeggen we: weer wat geleerd.”
  3. “Bij ons geldt: hoe meer we uitproberen met informele zorg, hoe slimmer we worden — fouten maken mag.”
  4.  “Bij ons is er ruimte om te experimenteren in de samenwerking met informele zorg, zonder dat we meteen afgerekend worden op fouten.”
  5. “Medewerkers kunnen openlijk bespreken welke knelpunten ze ervaren in samenwerking met informele zorg.”
  6. “Bij ons wordt systematisch geëvalueerd hoe de samenwerking met informele zorg verloopt, zodat we er steeds beter in worden.”