Deze opdracht maakt je bewust van de manier waarop je luistert.
Neem voor een bepaalde periode (minimaal een week) iedere dag aan het einde van de dag een paar minuten de tijd om in te schatten en te noteren hoeveel % van de dag je de verschillende niveaus van luisteren hebt ervaren, waarbij het totaal steeds 100% is.
Doel is om je bewust te maken van hoe je luistert en inzicht te geven of dit gaat verschuiven wanneer je er bewust mee bezig bent. Het gaat niet over exacte cijfers/procenten maar een realistische inschatting als je terugkijkt op de dag.
| 4 niveaus van luisteren | |
| Intunen Je aandacht is helemaal bij jezelf, terwijl je luistert ben je aan het denken aan alles wat je nog bezig houdt en je vangt slechts gedeelten van het gesprek op | |
| Feitelijk Je luistert alleen naar de feiten en inhoud die bekend is en ondertussen bedenk je wat je zelf ook hebt meegemaakt of welke argumenten je kunt gebruiken om te weerleggen wat er wordt gezegd. Je aandacht is gedeeltelijk bij de ander en voor de rest bij jezelf. | |
| Empathisch Je aandacht is volledig bij de ander en niet bij jezelf. Je luistert met aandacht naar wat er wordt gezegd en hebt oog voor wat er bij de ander gebeurt. Je verplaatst je in de situatie van de ander. | |
| Generatief Je aandacht is tegelijkertijd bij jezelf en bij de ander. Bovendien heb je ook oog voor wat er in de omgeving gebeurt (meervoudig waarnemen). Het voelt alsof de ander jouw ideeën woorden geeft en je ervaart flow. | |
Deze oefening is ontwikkeld om je vermogen om te kunnen luisteren te vergroten. En kan heel helpend zijn om te doen voorafgaand aan een belangrijk gesprek of een overleg waar het belangrijk is om ook echt met je aandacht te blijven bij wat er wordt gezegd.
De oefening duurt maar 3 minuten, maar het is (vooral in het begin) belangrijk om je even terug te trekken op een locatie waar je niet gestoord kunt worden. Loop dan door deze stappen heen:
Lees de instructie eerst helemaal voordat je begint.
- Gedurende de komende drie minuten is het belangrijk om te focussen op een vlak stuk muur of een vel papier. Niet op een scherm. Nog beter is het wanneer je je ogen kunt sluiten.
- Focus op je ademhaling, is deze snel, langzaam of zwaar
- Breng dan je aandacht naar jezelf en stel jezelf de volgende vraag: Waar luister ik niet naar in mezelf?
- Zet je telefoon op stil en zet het alarm op drie minuten.
- Stel de vraag dan nog een keer aan jezelf en denk hier drie minuten over na.
- Ga dan door met waar je mee bezig was.
Reflecteer hoe je de drie minuten hebt ervaren. Duurde het lang of was het zo voorbij? Wat heb je opgemerkt wat er naar boven kwam toen je jezelf deze vraag stelde
Deze oefening is geen meditatie-oefening, maar bedoeld om je onbewuste gedachten naar boven te laten komen zodat je hier geen last meer van hebt wanneer je gaat luisteren. Dit verhoogt je niveau van luisteren en geeft soms ook inzichten in jouw model van de wereld met betrekking tot het gesprek waar je je voor aan het voorbereiden bent.
Soms weet je rationeel wel dat de ander een ander perspectief heeft, maar voel je het nog niet. Je begrijpt het, maar het landt niet echt. De NLP-oefening perspectiefwisseling — ook wel bekend als de drie posities — helpt om dat gat te overbruggen. Niet door na te denken over de ander, maar door je tijdelijk in diens positie te plaatsen.
Wat is het idee achter de oefening?
In NLP wordt onderscheid gemaakt tussen drie waarnemingsposities:
- Positie 1 — Jijzelf: je ervaart de situatie vanuit je eigen ogen, met jouw gevoelens, behoeften en perspectief.
- Positie 2 — De ander: je stapt over naar het perspectief van de andere persoon en probeert de situatie te ervaren zoals hij of zij dat doet.
- Positie 3 — De waarnemer: je bekijkt de situatie van een afstand, als neutrale buitenstaander die beide partijen ziet.
De kracht zit in het bewust wisselen tussen die posities — niet als rollenspel, maar als manier om informatie op te halen die je vanuit je eigen positie niet kunt zien.
Hoe werkt de oefening in de praktijk?
Zoek een rustige plek en denk aan een situatie met een specifieke persoon — een gesprek dat stroef verliep, een samenwerking die wringt, of een conflict dat blijft hangen.
Stap 1 — Jouw positie
Ga staan of zitten op een plek die jou vertegenwoordigt. Beleef de situatie opnieuw vanuit jezelf. Wat zie je? Wat voel je? Wat wil je? Wat maakt het lastig? Neem de tijd om dit echt te voelen, niet alleen te beschrijven.
Stap 2 — De positie van de ander
Stap fysiek naar een andere plek — een stoel, een plek in de ruimte — die de ander vertegenwoordigt. Laat je eigen perspectief zoveel mogelijk los. Stel jezelf voor dat je die persoon bent: hoe kijk jij — als die ander — naar deze situatie? Wat zie je nu? Wat voel je? Wat is voor jou belangrijk? Wat heb je nodig? Wat merk je als je naar de persoon kijkt die ‘jij’ net was? Beleef de situatie vanuit het perspectief van de ander. Alsof je daadwerkelijk in zijn of haar schoenen staat. Vaak levert dat verrassende inzichten op omdat je onbewust meer van de ander hebt opgepikt dan je beseft. Probeer ook deze stap zoveel mogelijk vanuit je gevoel te ervaren.
Stap 3 — De positie van de waarnemer
Stap naar een derde plek en observeer de situatie van een afstand. Je ziet nu twee mensen — de ander én jezelf. Wat valt je op? Wat gebeurt er tussen hen? Wat heeft deze situatie nodig? Wat zou jij als buitenstaander adviseren?
Stap 4 — Terug naar jezelf
Stap terug naar je eigen positie. Wat neem je mee? Wat begrijp je nu dat je daarvoor niet zag? Wat wil je anders doen of zeggen?
Dagelijkse zetjes (nudges)
Hieronder vind je kleine nudges die je iedere dag, waar je ook bent, kunt doen. Samen of alleen.
1: “Wat zie ik écht?”
Moment: Tijdens het wachten (bijv. in de rij, op de bus)
Wat: Kies één object of persoon in je omgeving en beschrijf in je hoofd 5 specifieke kenmerken (vorm, kleur, textuur, houding, beweging).
Waarom: Train je observatievermogen en voorkom automatische oordelen.
2: “Wat ontbreekt hier?”
Moment: In een vergadering, gesprek of wanneer je een ruimte binnenkomt
Wat: Vraag jezelf af: “Wat valt op dat er níet is?” (Bijv. wat wordt niet gezegd? Wie zegt niks? Wat is er niet aanwezig?)
Waarom: Helpt je om niet alleen te focussen op wat zichtbaar is, maar ook op de context eromheen.
3: “Stap 3 stappen terug”
Moment: Tijdens een meningsverschil of verwarring
Wat: Visualiseer dat je letterlijk 3 stappen achteruit doet. Kijk dan in gedachten opnieuw naar de situatie, alsof je een buitenstaander bent.
Waarom: Verhoogt afstand en helderheid – je ziet meer dan vanuit je eigen positie.
4: “Laat de stilte vallen”
Moment: In een gesprek, net nadat iemand iets zegt
Wat: Wacht 3 seconden voordat je reageert. Laat ruimte. Observeer wat er gebeurt.
Waarom: Stilte nodigt uit tot verdieping — mensen vullen die vaak met iets wat ze anders niet zouden zeggen.
5: “Herhaal en toets”
Moment: Als iemand iets belangrijks vertelt
Wat: Herhaal kort in je eigen woorden wat je denkt dat de ander bedoelt: “Dus je zegt dat… klopt dat?”
Waarom: Laat zien dat je luistert én voorkomt misverstanden.
6: “Luister naar wat niet gezegd wordt”
Moment: Tijdens een gesprek waarin iemand zich terughoudend opstelt
Wat: Let op toon, lichaamstaal en wat iemand niet benoemt. Vraag vriendelijk door: “Wat houd je nog tegen om dit te delen?”
Waarom: Je leert luisteren met al je zintuigen — niet alleen naar woorden.
7. Helikopterview
- Doel: afstand nemen van de dagelijkse hectiek.
- Uitvoering: Vraag medewerkers om hun ogen te sluiten en zich voor te stellen dat ze in een helikopter boven de organisatie hangen. Wat zien ze als geheel? Welke verbindingen vallen op? Welke thema’s lijken belangrijker van bovenaf gezien dan in de details?
8. De Toekomstkrant
- Doel: denken in een groter tijdsperspectief binnen een groep
- Uitvoering: Laat de deelnemers een krantenkop bedenken alsof het 3 jaar later is. Bijvoorbeeld: “Onze zorgorganisatie vernieuwt de samenwerking met bewoners en mantelzorgers succesvol.”
Bespreek in tweetallen wat er mogelijk gemaakt moest worden om die kop te realiseren.
9. Intuïtieve keuze
- Doel: sneller leren vertrouwen op eerste gevoel.
- Uitvoering: Stel een vraag met drie mogelijke richtingen (bijv. meer technologie inzetten, meer menskracht, of meer samenwerking extern). Laat medewerkers in 10 seconden hun eerste spontane keuze opschrijven. Daarna kort delen zonder rationalisatie: “Dit voelde meteen juist voor mij.”
10. Perspectiefwissel (eenvoudige versie)
- Doel: empathie en context zien.
- Uitvoering: Vraag: “Hoe kijkt een cliënt, een mantelzorger en een beleidsmaker naar deze verandering?” Laat iedereen één zin opschrijven vanuit elk perspectief. Vergelijk de verschillen in focus.
11. De Stiltecheck
- Doel: ruimte geven aan innerlijke intuïtie.
- Uitvoering: Eén minuut stilte, met de vraag: “Wat is volgens mij het belangrijkste dat we nu niet uit het oog mogen verliezen?”
Daarna één woord of korte zin opschrijven. In een groep: woorden hardop rond laten gaan zonder toelichting. Het geheel laat vaak een groter patroon zien.
12. De Buitenstaander
- Doel: een frisse blik krijgen op de verandering door afstand te nemen van de eigen rol.
- Uitvoering (±5 min):
- Stel een concrete vraag over de verandering, bijvoorbeeld: “Hoe zorgen we dat cliënten zich gezien voelen tijdens dit traject?”
- Laat iedereen kiezen uit een rol van “buitenstaander” – bijvoorbeeld: een kind, een kunstenaar, een sportcoach of een journalist.
- Schrijf in 1 minuut op hoe die buitenstaander naar het vraagstuk zou kijken of wat hij/zij zou adviseren.
- Deel kort in duo’s of plenair de inzichten.
- Effect: medewerkers stappen uit hun vertrouwde denksporen, zien nieuwe invalshoeken en voelen meer ruimte om op hun intuïtie te vertrouwen.
13. Symbolen en metaforen
- Laat medewerkers een symbool of metafoor kiezen voor nieuwsgierig, empathie of moed.
- Daarna: in kleine groepen delen en bespreken: hoe helpt dit beeld hen om in veranderprocessen bewust te kiezen voor een “open modus”?
