Oefeningen over ‘Blok 4. Wat geeft ons vaart’

Oefening: Jouw “waarom” in twee minuten (20 minuten, individueel of in duo) 

Schrijf op: waarom doe jij dit werk? Wat vind jij écht belangrijk hierin? Vertel het daarna aan een collega — zonder jargon, zonder stappenplan. Gewoon in je eigen woorden. Vraag de ander: wat voelde je? Wat kwam binnen? Dit oefent verbinding met je eigen bedoeling als vertrekpunt voor inspireren.

Oefening: Het verhaal dat werkt (45 minuten, in een team) 

Verzamel samen drie concrete voorbeelden van wat al werkt in de verandering — hoe klein ook. Schrijf ze op als een kort verhaal: wat was de situatie, wat deed iemand, wat was het effect? Deel ze in de groep. Bespreek: waarom werkt dit verhaal? Wat herken je erin? Wat wil je ermee doen? Denk na hoe je dit verhaal breed kunt delen met de organisatie. Of verzin een wisseltrofee die uitgereikt kan worden aan het team met het meest inspirerende verhaal 

Oefening: Energiecheck in het team (30 minuten, teamgesprek) 

Ga in een kring zitten. Iedereen beantwoordt twee vragen: “Waar haal ik nu energie uit in dit traject?” en “Wat kost mij op dit moment energie?” Geen discussie, geen oplossingen — alleen luisteren en erkennen. Bespreek daarna: wat vraagt dit van ons als team?

Oefening: Van overtuigen naar uitnodigen (30 minuten, in tweetallen) 

Bedenk een boodschap die je normaal zou uitleggen of onderbouwen. Oefen die boodschap nu als uitnodiging: geen argumenten, maar een vraag of een beeld dat de ander zelf laat nadenken. Wissel uit: wat veranderde er? Hoe reageerde de ander anders?

Nudges (dagelijkse zetjes) om de principes van dit blok te oefenen 

  1. Check je eigen energie voor een gesprek. Hoe sta jij erbij? Ben je echt verbonden met wat je gaat zeggen — of ben je aan het presteren?
  2. Begin met een verhaal, niet met een punt. Open een gesprek of vergadering met een concreet voorbeeld van wat al werkt. Eén zin is genoeg.
  3. Vraag wat iemand drijft. “Wat vind jij het belangrijkste aan dit werk?” Luister. Sluit daarna aan op wat je hoort.
  4. Benoem wat je ziet. “Ik zie dat jij hier veel energie in steekt.” Erkenning geven kost niets en werkt direct.
  5. Vervang ‘we moeten’ door ‘we kunnen’. Let vandaag op hoe vaak je ‘moeten’ gebruikt. Probeer het te vervangen door iets wat uitnodigt.
  6. Deel een leermoment. Vertel iets wat niet ging zoals gepland en wat je daarvan leerde. Kwetsbaarheid wekt vertrouwen.
  7. Noteer wat jou energie geeft. Schrijf aan het einde van de dag op: wat gaf mij vandaag energie? Wat kostte het? Gebruik dit om bewuster te kiezen.
  8. Stel de vraag: “Waar zie jij kansen?” In plaats van problemen oplossen — open het gesprek voor wat mogelijk is. Of stel standaard de vraag bij ieder overleg “Waar verwonder jij je over?” Hierdoor nodig je mensen uit om anders te kijken naar hun ervaringen en hun werk, vooral als de vraag steeds wordt herhaald
  9. Vier een klein succes. Benoem aan het einde van een overleg één ding dat goed ging. Hardop, concreet, gemeend.
  10. Vraag: “Wat heb jij nodig om hierin mee te kunnen?” Niet als afvinkmoment, maar als echte vraag. En luister naar het antwoord.